CAEFW9A7.jpg
wp5067ab3a.png
wp715c4fae.png
wp4658e95b.png
wp82f85148_0f.jpg
wp30e058ff_0f.jpg
wpd4e9e49f_0f.jpg

© 2007 From Wengé Majolien

wp15198e6f.png
wp5a6a24ed.png
wp4452eb88.png
wp69520c35_0f.jpg
wp2f5afcfe.png


 

GEDRAG / KARAKTER: Een klein; evenwichtig hondje; alert; fier; zeer gehecht aan zijn meester; zeer waakzaam. Niet angstig (schuw) noch agressief.

HOOFD: Dit is het lichaamsdeel dat het meest karakteristiek is en dat bij het ras het meeste in het oog springt. Het hoofd is vrij groot in verhouding tot het lichaam en heeft een bijna menselijke uitdrukking. Bij de Griffonnetjes is het haar hard; rechtopstaand en warrelig; het is langer boven de ogen; op de neusrug; de wangen en de kin en vormt het hoofdgarnituur.

SCHEDELGEDEELTE: Breed en rond. Het voorhoofd is goed gewelfd.
Stop: Zeer sterk benadrukt.

SNUITGEDEELTE:
Neus: Zwart. De neus bevindt zich op dezelfde hoogte als de ogen. De neus is breed en de neusgaten zijn goed geopend. De neuspunt is naar achteren gekanteld; waardoor in profiel gezien; kin, neus en voorhoofd op éénzelfde lijn liggen.
Snuit: De neusrug; neus inbegrepen is zeer kort en zal niet 1,5 cm overschrijden. Bij het Klein Brabandertje lijkt een correcte neusrug wat langer; door het ontbreken van het garnituur. Een niet gekantelde (opgewipte) neusrug; evenals een neus met de bovenzijde onder de verbindingslijn tussen de ogen; geven een verkeerde expressie en zijn zware fouten.
Lippen: Zwart. De boven- en onderlip sluiten strak en dicht aaneen. De bovenlip mag geen hanglip vormen en bedekt niet de onderlip. Een te losse bovenlip schaadt de gewenste expressie.
Kaken / gebit: De onderkaak is goed opgebogen naar boven; zij is breed; niet puntig en steekt voor de bovenkaak uit. Het ras is een ondervoorbijter. De zes snijtanden van iedere kaak zijn bij voorkeur regelmatig ingeplant; in rechte lijn; en boven en onder mooi evenwijdig aan elkaar. De mond moet goed sluiten, waarbij noch de tanden; noch de tong zichtbaar zijn. De breedte en het vooruitsteken van de kin zijn van groot belang voor de gewenste expressie. Er moet opgelet worden dat er geen snijtanden ontbreken.

Ogen: Goed uit elkaar geplaatst; groot en rond; nooit uitpuilend. Bruine kleur; zo donker mogelijk. Zwart omrand; en bij voorkeur zonder het wit van de oogbol te laten zien. Een klein oog of ovaal of lichtgekleurde ogen zijn een fout.
Oren: Klein; hoog aangezet; met voldoende afstand tussen beide oren. De niet-gecoupeerde oren worden halfopstaand gedragen en vallen naar voor. Te grote oren zijn ongewenst; evenals opzij van het hoofd neerhangende oren. Gecoupeerde oren zijn puntig en recht opstaand. Zowel gecoupeerde als niet-gecoupeerde oren worden als evenwaardig beschouwd.

HALS: Middelmatig lang; gaat harmonisch in de schouders over.

LICHAAM: De lichaamslengte moet zoveel mogelijk gelijk zijn aan de schofthoogte. Het algemeen voorkomen is een vierkant en krachtig hondje.
Schoft: Licht uitkomend.
Rug: Recht; kort en sterk.
Lendenen: Kort en gespierd; zeer licht gewelfd.
Kruis: Breed; vlak of zeer licht hellend.
Borstkas: Breed; diepte tot aan de ellebogen. Het sternpunt is aangeduid; hetgeen in profiel gezien een licht vooruitkomende voorborst geeft. De ribben zijn goed gewelfd; maar niet tonvormig of te vlak.
Onderbelijning: Buik licht opgetrokken; flanken goed uitkomend.

LEDEMATEN
VOORSTE LEDEMATEN:

Algemeen beeld: De voorbenen evenwijdig geplaatst; hebben een goed bot en staan voldoende ver uit elkaar.
Schouders: Normale schouderhoeking.
Ellebogen: Goed aanliggend bij lichaam.
Polsen: Stevig.
Voeten: Klein; rond; noch naar binnen noch naar buiten gericht. De tenen zijn dicht bij elkaar geplaatst. Het is een fout wanneer de tenen aan elkaar verbonden zijn. Dikke voetkussens en zo donker mogelijk. Nagels bij voorkeur zwart en zo gepigmenteerd mogelijk.

ACHTERSTE LEDEMATEN:
Algemeen beeld: De achterste ledematen hebben een goed bot en zijn evenwijdig geplaatst; de hoeking is in harmonie met de voorste ledematen.
Knie: Voldoende gehoekt.
Hakken: Goed laag geplaatst; van achteren gezien noch te dicht noch te wijd uit elkaar.
Voeten: Zie voorvoeten. Hubertusklauwen zijn niet gewenst.

GANGWERK: Krachtige; evenwijdige beweging van de ledematen; met goede achterhandsstuwing. Steppen en telgang zijn fouten.

VACHT- HAAR:
Haarkwaliteit: Het Brussels Griffonnetje en het Belgisch Griffonnetje zijn de twee ruwharen met ondervacht. Het haar is van nature ruw; licht gegolfd; niet gekruld; maar wel getrimd. Het haar moet voldoende lang zijn om de textuur te kunnen beoordelen. Een te lange vacht schaadt het silhouet en is niet gewenst. Zijdeachtig haar of wolachtig haar zijn een zware fout.
Het Klein Brabandertje heeft kort haar. De vacht is stug; glad aanliggend en glanzend; maximale lengte is 2 cm.
Hoofdgarnituur: Bij de Griffonnetjes begint het garnituur (baard en snor) onder de neus-oog en strekt zich uit van oor tot oor; de snuit en de wangen goed bedekkend met dicht haar; dat langer is dan op de rest van het lichaam. Boven de ogen moet haar langer zijn dan op de rest van de schedel en vormt daar de wenkbrauwen.


KLEUR:
Brussels Griffonnetje: Rood: Rossig; wat zwart aan het hoofdgarnituur wordt getolereerd.
Belgisch Griffonnetje: Zwart; Zwart met roodbruin (black&tan). De tan aftekeningen moeten zuiver zijn en een diepe kleur hebben. Ze bevinden zich aan de voorbenen; van de voeten tot aan de polsen en op de achterbenen van de voeten tot aan de hakken. Aan de binnenzijde van de ledematen lopen ze hoger op. De aftekeningen komen ook voor op de voorborst; de wangen; de kin; boven de ogen; aan de binnenzijde van de oren; onder de staart en aan de anus. Het zwart mag vermengd zijn met roodbruin; hetgeen toegelaten is; alhoewel het zuiver zwart en het zuiver zwart met roodbruin (black&tan) de voorkeur hebben.
Klein Brabandertje: Dezelfde kleuren als bij de Griffonnetjes. Hij heeft een donker masker. Aanwezigheid van grijs in het masker van oudere honden mag niet bestraft worden.
Bij deze drie rassen worden enkele witte haren op de voorborst getolereerd; maar zijn niet gewenst.

GEWICHT: Varieert van 3,5 kg tot 6 kg.

 

wpd00777df.png