




© 2007 From Wengé Majolien





GEDRAG / KARAKTER: Een klein; evenwichtig hondje; alert; fier; zeer gehecht aan zijn meester; zeer waakzaam. Niet angstig (schuw) noch agressief.
HOOFD: Dit is het lichaamsdeel dat het meest karakteristiek is en dat bij het ras het meeste in het oog springt. Het hoofd is vrij groot in verhouding tot het lichaam en heeft een bijna menselijke uitdrukking. Bij de Griffonnetjes is het haar hard; rechtopstaand en warrelig; het is langer boven de ogen; op de neusrug; de wangen en de kin en vormt het hoofdgarnituur.
SCHEDELGEDEELTE: Breed en rond. Het voorhoofd is goed gewelfd.
Stop: Zeer sterk benadrukt.
SNUITGEDEELTE:
Neus: Zwart. De neus bevindt zich op dezelfde hoogte als de ogen.
De neus is breed en de neusgaten zijn goed geopend. De neuspunt is naar achteren
gekanteld; waardoor in profiel gezien; kin, neus en voorhoofd op éénzelfde lijn liggen.
Snuit:
De neusrug; neus inbegrepen is zeer kort en zal niet 1,5 cm overschrijden. Bij het
Klein Brabandertje lijkt een correcte neusrug wat langer; door het ontbreken van
het garnituur. Een niet gekantelde (opgewipte) neusrug; evenals een neus met de bovenzijde
onder de verbindingslijn tussen de ogen; geven een verkeerde expressie en zijn zware
fouten.
Lippen: Zwart. De boven-
Ogen: Goed uit elkaar geplaatst; groot en rond; nooit uitpuilend. Bruine kleur; zo
donker mogelijk. Zwart omrand; en bij voorkeur zonder het wit van de oogbol te laten
zien. Een klein oog of ovaal of lichtgekleurde ogen zijn een fout.
Oren: Klein; hoog
aangezet; met voldoende afstand tussen beide oren. De niet-
HALS: Middelmatig lang; gaat harmonisch in de schouders over.
LICHAAM: De lichaamslengte moet zoveel mogelijk gelijk zijn aan de schofthoogte.
Het algemeen voorkomen is een vierkant en krachtig hondje.
Schoft: Licht uitkomend.
Rug:
Recht; kort en sterk.
Lendenen: Kort en gespierd; zeer licht gewelfd.
Kruis: Breed;
vlak of zeer licht hellend.
Borstkas: Breed; diepte tot aan de ellebogen. Het sternpunt
is aangeduid; hetgeen in profiel gezien een licht vooruitkomende voorborst geeft.
De ribben zijn goed gewelfd; maar niet tonvormig of te vlak.
Onderbelijning: Buik
licht opgetrokken; flanken goed uitkomend.
LEDEMATEN
VOORSTE LEDEMATEN:
Algemeen beeld: De voorbenen evenwijdig geplaatst; hebben
een goed bot en staan voldoende ver uit elkaar.
Schouders: Normale schouderhoeking.
Ellebogen:
Goed aanliggend bij lichaam.
Polsen: Stevig.
Voeten: Klein; rond; noch naar binnen
noch naar buiten gericht. De tenen zijn dicht bij elkaar geplaatst. Het is een fout
wanneer de tenen aan elkaar verbonden zijn. Dikke voetkussens en zo donker mogelijk.
Nagels bij voorkeur zwart en zo gepigmenteerd mogelijk.
ACHTERSTE LEDEMATEN:
Algemeen beeld: De achterste ledematen hebben een goed bot en
zijn evenwijdig geplaatst; de hoeking is in harmonie met de voorste ledematen.
Knie:
Voldoende gehoekt.
Hakken: Goed laag geplaatst; van achteren gezien noch te dicht
noch te wijd uit elkaar.
Voeten: Zie voorvoeten. Hubertusklauwen zijn niet gewenst.
GANGWERK: Krachtige; evenwijdige beweging van de ledematen; met goede achterhandsstuwing. Steppen en telgang zijn fouten.
VACHT-
Haarkwaliteit: Het Brussels Griffonnetje en het Belgisch Griffonnetje
zijn de twee ruwharen met ondervacht. Het haar is van nature ruw; licht gegolfd;
niet gekruld; maar wel getrimd. Het haar moet voldoende lang zijn om de textuur te
kunnen beoordelen. Een te lange vacht schaadt het silhouet en is niet gewenst. Zijdeachtig
haar of wolachtig haar zijn een zware fout.
Het Klein Brabandertje heeft kort haar.
De vacht is stug; glad aanliggend en glanzend; maximale lengte is 2 cm.
Hoofdgarnituur:
Bij de Griffonnetjes begint het garnituur (baard en snor) onder de neus-
KLEUR:
Brussels Griffonnetje: Rood: Rossig; wat zwart aan het hoofdgarnituur wordt
getolereerd.
Belgisch Griffonnetje: Zwart; Zwart met roodbruin (black&tan). De tan
aftekeningen moeten zuiver zijn en een diepe kleur hebben. Ze bevinden zich aan de
voorbenen; van de voeten tot aan de polsen en op de achterbenen van de voeten tot
aan de hakken. Aan de binnenzijde van de ledematen lopen ze hoger op. De aftekeningen
komen ook voor op de voorborst; de wangen; de kin; boven de ogen; aan de binnenzijde
van de oren; onder de staart en aan de anus. Het zwart mag vermengd zijn met roodbruin;
hetgeen toegelaten is; alhoewel het zuiver zwart en het zuiver zwart met roodbruin
(black&tan) de voorkeur hebben.
Klein Brabandertje: Dezelfde kleuren als bij de Griffonnetjes.
Hij heeft een donker masker. Aanwezigheid van grijs in het masker van oudere honden
mag niet bestraft worden.
Bij deze drie rassen worden enkele witte haren op de voorborst
getolereerd; maar zijn niet gewenst.
GEWICHT: Varieert van 3,5 kg tot 6 kg.